Het Schielandshuis
Geschiedenis
Het Schielandshuis is een van de weinige bewaard gebleven gebouwen uit de zeventiende eeuw in Rotterdam. Het wordt tussen 1662 en 1665 gebouwd in opdracht van het hoogheemraadschap Schieland.
Het stadspaleis zal bijna anderhalve eeuw dienst doen als onderkomen van het polderbestuur. De strakke hoofdstructuur van het gebouw is vrijwel zeker van de hand van architect Pieter Post, een grote naam in het Hollands classicisme. In de archieven staat dat hij betaald is voor teyckenen, vacatien, reys ende teercosten ... wegens het maecken van een gemeenlandtshuys. Post is onder meer verantwoordelijk voor het stadhuis van Maastricht en de waaggebouwen van Leiden en Gouda. Samen met Jacob van Campen ontwerpt hij het Mauritshuis en Huis Ten Bosch.
De barokke voorgevel en verdere detaillering is waarschijnlijk door de veelzijdige Jacob Lois ontworpen, een bevlogen amateur-bouwkundige, die als opsiender van de nieuwe timmeragie het concept van Post heeft uitgewerkt. Hij was lakenkoopman en blauwverver van beroep, maar stond ook bekend als verzamelaar, stadshistoricus, beeldend kunstenaar en amateur ontwerper. Lois had al eerder nauw samengewerkt met de beeldhouwer Pieter Rijcx die voor het gebeeldhouwde timpaan in de voorgevel tekende. De monumentale ingangspartij is bekroond met een adelaar met wapen en de voordeur hieronder is versierd met smeedwerk van de Rotterdamse meestersmid Jacob Toorn.
In 1864 wordt het Schielandshuis grotendeels verwoest in een uitslaande brand. Ook de schilderijencollectie van verzamelaar Boymans, die sinds 1849 in Het Schielandshuis was ondergebracht, gaat bijna geheel in vlammen op.
In 1867, drie jaar na de brand, werd het gebouw heropend als onderkomen van het gemeentearchief en museum Boymans. Maar de slordig uitgevoerde restauratie had van het elegante stadspaleis een grauwe, dichtgepleisterde steenmassa gemaakt.
Het gemeentearchief had in Het Schielandshuis een Antiquiteitenkamer met onder andere voorwerpen die voor de stad belangrijk waren geweest. In 1904 werd de Antiquiteitenkamer omgedoopt tot Museum van Oudheden. Daarmee werd de basis gelegd voor het Historisch Museum der Stad Rotterdam. Met twee musea in een pand groeide de verzameling explosief. Het Schielandshuis werd te klein voor twee instellingen. Museum Boymans verhuisde in 1938 naar een nieuw gebouw waar het nog steeds is gevestigd als museum Boijmans Van Beuningen.

In dezelfde periode werden al plannen genaakt om Het Schielandshuis te restaureren. De oorlog en de wederopbouwperiode gooiden roet in het eten. Hoewel het pand het bombardement van mei 1940 overleefde, was de staat van onderhoud zo slecht, dat het in de jaren zestig op last van de brandweer werd gesloten.
In 1978 nam de gemeenteraad het besluit Het Schielandshuis in de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse stijl te restaureren. In 1986 werd het museum feestelijk heropend. Sinds die tijd heeft het Historisch Museum veel nieuwe en vooral hoge buren gekregen. Het gebouw spiegelt zich tegenwoordig in de glazen gevels van de omliggende hoogbouw. Oud en nieuw in perfecte harmonie.

